Moldavie ligt tussen Roemenië en Oekraïne. In het jaar 1992 werd het onafhankelijk van de voormalige USSR. Landsgrenzen zijn in het verleden vaak verschoven, en binnen de huidige grenzen bevinden zich meerdere etniciteiten. Het inwonertal bedraagt ongeveer 3.5 miljoen mensen. Ruim een miljoen mensen woont in het buitenland. Dit komt, omdat armoede de situatie voor veel mensen uitzichtloos gemaakt heeft. Een gemiddelde arbeider verdient  rond de 120 euro in de maand; en werkt dan niet alleen maar 40 uur per week.

Het grootste deel beroepsbevolking werkt in de landbouw. Moldavië exporteert vooral tabak en wijn.

Op het platteland wonen vooral ouderen, vaak met kleinkinderen, omdat hun ouders in het buitenland werken.  Jonge mensen trekken, voor werk,  weg naar de stad of naar het buitenland. Volgens schattingen van de overheid, wordt er vanuit het buitenland meer geld naar huis gestuurd, dan de hele begroting van het land. Een deel emigreert zelfs helemaal. Een Onderzoek van de BBC uit 2011 liet zien dat Moldavië op dat moment het snelst krimpende land ter wereld was, met gemiddeld 106 personen per dag.

De overheersende religie in Moldavië is Oosters-Orthodox (98%). 

Moldavië heeft een landklimaat, dat betekent dus koude winters, milde lentes en herfst, en warme tot zeer hete zomers.  In de zomer heeft de hoofdstad Chisinau een gemiddelde dagtemperatuur van 32 graden.

Het bestaat uit glooiende heuvels (tot 400 meter), doorsneden door rivierdalen. Er is veel akkerland. Hier en daar staan  loofbossen. De aarde is zeer vruchtbaar en biedt veel kansen voor akkerbouw.